Archive for the 'Ouders in Japan' Category

Parental visit – the non pictures.

Wednesday, November 2nd, 2011

The last post was primarily pictures.  And while a picture can say more than 1000 words (or more than that if you believe these guys).

So I want to provide you with some of the things that happened off camera and that can’t really be said with a picture.

Like: “Oh dear LORD, not more fish head stew”
Although . . . .
Photobucket
Photobucket
That was the first fish head stew and those were pictures.
You see, after a year-and-a-half in Korea I still don’t understand most of what is written on the walls of Korean diners. Most of it just doesn’t show up in my little dictionary.

So there was this dish which, on the next table, looked exactly like tofu and noodle stew.
The tofu was tofu, the noodles were fish brain. Hoorah.
Underneath the tofu and fish brain was an assortment of different organ meat aaaaaaaaaaaand fish heads.

What you see on the side there are different Kimchi side-dishes. You may have heard me bitch about kimchi. Kimchi comes in many different varieties wrt season and the like. I like some of them, but the poster child of kimchi is the napa cabbage Kimchi. After 3 days of getting this with every meal my parents were able to accede that it does indeed suck balls.

The problem with this conclusion was that it came too soon. You see, they reached this conclusion while still in Seoul. In Seoul, non-Korean eateries are quite numerous and one can get away from kimchi if one so desires.

We subsequently left Seoul!

Can you guess where this is going?

I was asked to lead my parents to small villages to get away from the Korean Big city™, meanign generic Korean cities which all kind of look the same anyway. Consequently, we ended up here.

I’ll give you a guess what our options were regarding breakfast.
It involved fish guts. Well, it would likely have been fish guts. It’s not like we checked the 8 seafood restaurants if they offered croissants.

Due to that and the only source of coffee being a vending machine we left for the Gyeongju, referred to as museum without walls here, before 8 in the morning and didn’t stop till we found a place that offered coffee and some things Koreans consider rolls.

 

Parental Visit

Sunday, October 2nd, 2011

Hello Readers.

Been a while, hasn’t it.
Things have been slow, nothing noteworthy to report. Life is good, things are happening, just nothing to write on the internet about. In this age of Twitter this is a strange sentiment, I know.

My job search continues. If you know something, please let me know. And if you think just because it is in Venezuela I won’t be interested well . . . let me know anyway. As my good friend Marco reminded me Libya has some interesting positions open, high-end management even, but I’m afraid there’s some unfortunate history between me and certain Libyans that would make applying for those positions awkward.

In the midst of my frantic job search I was forced to take two weeks off to play shepherd to some clueless tourists.

After seeing Japan to visit me in 2008 and some visits to the States to visit the other child, South Korea was next on the destination list.
Here’s a tip to would-be parents. Make sure your kids leave to all sort of exotic locations so you have a good excuse to go there. To be honest it’s a bit of a shame marrying a French person binds you to your place of residence for the wedding ceremony, otherwise I’d have a nice excuse to invite people to say . . . Tahiti, Machu Pichu or maybe Kilimanjaro.

I’ll see about adding a “Where have I been in Korea” map under a link on the top right but I’ll just mention where we went for now and you’ll just have to google it if you want to know where on this peninsula that is.

If you don’t want to listen to where things are and just watch pictures you can find all uploaded ones here.

We visited some of the sights in Seoul and this is what they look like.
Korean Tea
Cheonggyecheon

Jongmyo


Gyeongbokgung


Bukchon Hanok Village



Olympic Park


Before I post pictures of places outside of Seoul, try this for reference.

Outside of Seoul we went to Jeonju.
Jeonju is known for it’s Hanok Village. This is the second Hanok Village so far (and there’ll be a third), it stand for: “Traditional Village” or something.




Next were the Boseong Tea fields



Jinju Fortress where we were just a little bit too early for a nice festival


Busan








Next was Gyeongju, called museum without walls. It currently hosts the world culture expo.



Onwards to Haeinsa temple. Home of the Triptake Koreana, currently celebrating its Millenial.






Worthy of mention is that we spend 1 more day than planned due to running out of cash and country-side banks (even in high tourist areas) sucking balls. It took us 3 hours, 4 towns and 9 banks before we managed to extract cash at a 7/11 (and no, countryside don’t seem to have those either)
A long walk through the hills in Woraksan National Park








Which leaves most of the east coast with Seoraksan, Seokcho and others for next visit. A visit to the DMZ as well is something on every tourists must-do list of course.

My parents made it on to their plane and rest has returned to my house. Much to my dogs chagrin btw, his grandma was really spoiling him.

Een laatste update over de Japan reis

Sunday, June 29th, 2008

Een laatste update over ons verblijf in Japan.

Met Wouter hebben we een kloosterdorpje bezocht, waarbij we de nacht hebben doorgebracht in zo’n klooster. Nadat we hebben ingecheckt en onze bagage naar onze kamer hebben gebracht gaan we zoveel mogelijk zien. We brengen veel tijd door op een kerkhof van overleden monniken die eeuwen oud is. Ook hier zien we, net als op andere plaatsen in Japan, dat veel beelden een rood slabbetje om hebben. We kunnen er niet achter komen, waarom dat zo is. Dan is het tijd voor het avondeten om 17.30 uur. We kleden ons om in groene pakken en gaan naar de eetzaal. Wij krijgen een afgesloten ruimte voor ons drieën. Het is de bedoeling dat we op kussens op de grond bij een lage tafel eten. Gelukkig is er voor Frans een stoeltje, want met zijn been krijgt hij de laagbijdegrondsheid niet onder de knie. Het is een vegetarische maaltijd, met zorg klaargemaakt en opgediend. De monnik die ons heeft ontvangen komt langs met voor ons alledrie een polsbandje van gekleurde gevlochten draadjes, waarvan de knoop op je slagader moet rusten, zodat de liefde voor elkaar kan blijven stromen.

Na het eten kleden we ons weer om en gaan naar buiten, kijken of we ook ergen een kopje thee kunnen drinken of iets anders. Nou nee dus. Alles is gesloten en donker. Wij lopen langs alle verlichte tempels en shrines en keren dan terug naar het klooster voor de nachtrust. We moeten er om 6 uur uit en ons klaarmaken voor een seremonie. Het is wel indrukwekkend en rustgevend. Het wordt uitgelegd aan het publiek, maar omdat het in het Japans is, gaat dat langs ons heen.

Al met al een bijzondere ervaring. We gaan met een speciaal treintje, waar me ook mee boven zijn gekomen naar benee. Het treintje is gemaakt in de hoek van de helling die hij op en af gaat, dus de bankjes staan schuin boven elkaar.

We brengen een paar dagen aan de zuidpunt van de kust door, daar waar de typhoon zijn invloed doet gelden en praten vooral bij met Wouter, tijdens het bezoeken van de grootste waterval van Japan. Het is leuk te horen over Raphaëlle en de relatie die zij beiden hebben. Als alles goed gaat ontmoeten we haar op Wouters verjaardag. Zo te horen is ze nog reislustiger dan Wouter en delen zij elkaars ideeën.

Na het afscheid van Wouter bezoeken Frans en ik Kobe en haar bezienswaardigheden en brengen dan ook een bezoek aan Wouters kamer. Daar komen is een avontuur. Hij heeft de halte van de bus voor ons onderstreept (houdt in gedachten dat hij nog last heeft van de gevolgen van eenhersenschudding) en dat moet bij een roze gebouw zijn. Nou dat klopt en wij stappen vol goede moed, ik met overvolle blaas, uit. Het gebouw zit dicht. Gelukkig ben ik brutaal en vind uiteindelijk een opendeur en sta 2 stappen verwijderd van een keuken met zeer verbaadsd kijkende kok. Het wordt al gauw duidelijk, dat we niet in het goede gebouw zijn. We maken het gebaar van telefoneren en we worden meegenomen naar een kantoortje. Frans krijgt Wouter aan de telefoon, die meteen doorgegeven wordt aan de kok. Ondertussen is er een engels-sprekende beveilingsman/jongen gekomen en kan ik vragen of er een toilet is. Er is een damestoilet, ook al een duidelijk teken, dat dit niet het goede gebouw is, want Wouter woont in een strictly for men gebouw. Als ik terug kom bij het kantoortje wordt ik naar buiten begeleid en mag in een busje stappen, waar Frans al inzit. De kok stapt ook in en brengt ons vriendelijk naar de flat, waar Wouter woont. Het is even zoeken en vragen, maar daarzien we Wouter, die uitgebreid in het Japans de kok bedankt voor de moeite die hij heeft genomen om zijn ouders bij hem te brengen. Frans en ik buigen wat als dank en glimlachen, want die taal is universeel. Wij krijgen een tour door de ruimtes van de flat. Ik een ruimte minder, want ik mag niet in de badruimte komen, snappen jullie dat nou?? Dan komen we op de kamer van Wouter, die vertrouwd des Wouters is. Onze potten pindakaas staan gezellig tussen de chaos van spullen op een kastje. Wouter neemt ons mee naar een Sushibar (hij heeft ons alle soorten Japans eten laten eten, waarbij ik iets extra’s probeer, namelijk de macha, seremoniele groene thee, die er uit ziet als doperwtensoep met een schuimlaag en een klein gebakje erbij, die met een poppenmesje gesneden moet worden en overheerlijk smaakt) De sushis komen op een lopende band langs, zodat je op je gemak kunt zien wat je wil eten, waarna je van de band pakt wat van je gading is. Er zijn verschillende soorten bordjes en het waarom daarvan wordt duidelijk bij het afrekenen. Voor elke kleur staat een prijs en alle bordjes van een kleur worden geteld en opgeschreven en bij de kassa afgerekend.

We gaan daarna nog even naar Wouters kamer, tot het tijd wordt om de bus terug te nemen naar Kobe. Het gaat weer 3 maanden duren voor we hem opnieuw zullen zien, dus er wordt stevig geknuffeld.

De rest van de vakantie brengen Frans en ik voor een groot deel door in Hakone (spreek uit Hakkonnè) national park, wat beduidend toeristischer en Europeser is, wat goed te merken is in de prijzen. Het is een vulkanisch gebied, wat we al merken in de Ryokan, want die heeft twee onsens, heetwaterbaden waarvan een binnen en een buiten, met water uit het vulkaangebied. Er zit veel zwavel in dit water en het heeft een temp. Van 42 graden. Zelfs na de hete douche, die je eerst moet nemen, kun je je maar stukje bij beetje in het bad laten zakken. Als je helemaal door bent is het een weldaad voor je spieren, want die laten zich er heerlijk door ontspannen. De eerte keer houden we het niet langer dan 10 minuten uit in het bad. De koude douche erna is verfrissend. We gaan elke avond in bad, 2 keer buiten, zelfs in de regen is het lekker, en een keer binnen, met de schuiframen wijd open en uitzicht op het bos.

In dit gebied laten wij ons naar boven brengen door een treintje en een kabelbaan, hebben schitterend zicht op Fuiji-san en beginnen dan aan een wandeling over drie bergtoppen naar een kabelbaantje naar beneden. De meeste anderen gaan met de kabelbaan naar beneden en nemen daar de boot. We lopen langs geisers, die stoom afblazen en daarbij ruiken als een scheikundegrap van middelbare scholieren (zwaveldampen) Wat verder op de wandeling komen we waarschuwingsborden tegen, gelukkig ook in het Engels met de tekst, dat als het alarm gaat je niet mag blijven staan, omdat je bedwelmd kunt raken. Als er een ander alarm afgaat, er staat niet bij hoe je kunt weten welk alarm wat is, moet je maken dat je de berg afkomt, omdat het water, wat dan gespoten wordt boven kooktemperatuur ligt. Gerustgesteld wandelen we verder. Na een uur komen we een paar Japanse lopers tegen uit tegenovergestelde richting aan wie we vragen of we de goede kant opgaan voor de kabelbaan (ropetrain). De vraag wordt doorgespeeld aan de jongste loopster, die enigszins Engels spreekt. We zijn op de goede weg. Na twee passen, gebaren ze dat het onderweg glad is, waarop ik gebaar, dat ik dan op mijn kont zal glijden, wat gelach uitlokt. Ik maak mijn gebaar waar, ongeveer nog een uur later als het iets harder is gaan druizelen, door uit te glijden en keurig in de modder te belanden. Ik vind de kleur wel aardig, die doet het goed bij mijn haar, maar het voelt iets minder. Mijn tas heeft ook een moddermasker gekregen, want mijn achterste is er bovenop geland. Vlak daarna komen we een groep van 60 Japanners tegen. Nu is het pad zeer smal, maar we ritsen zoals ritsen is bedoeld en passeren elkaar met buigingen en glimlachen. We lopen ondertussen op een pad dat maar voetbreed is. Gelukkig komt ook daaraan een eind en komen we op een weide, waar gezellig een grote groep, ook ong. 60, oudere Japanse mensen op de grond hun lunch gebruiken. Dat laag bij de grondse leven houdt deze mensen in ieder geval soepel. We worden enthousiast harrow (hallo) toegewenst en wij leggen de laatste honderden meters af naar de halte van de kabelbaan. Wij kabelen naar beneden, na eerst de tempel op de top te hebben bekeken, om vervolgens aan te meren op een boot naar de volgende plaats. Fuji-san heeft zich tijdens onze wandeling teruggetrokken in grijze nevels en laat zich niet meer zien.

Tijdens onze andere dagen in het gebied, bezoeken we een aantal musea, eten in restaurantjes zonder keus, een soort eten wat de pot schaft en vretrekken dan naar Tokyo voor onze laatste dagen. Het is goed om weer naar huis te gaan, want hoe aardig Japanners ook zijn, het is heel vermoeiend om rond te dolen in een land, waarvan je de mensen niet verstaat, waarvan de omschrijvingen van de meeste dingen alleen in het Japans zijn en hoe mooi ze ook zijn, ons zeggen ze niets.

Het was bijzonder. Zo overbevolkt, dan hebben wij echt nog alle ruimte, en dan zo weinig agressie, zoveel vriendelijkheid, behulpzaamheid, zoveel rust ook terwijl het toch druk is.

De natuur is mooi, maar grote delen van de steden vind ik van een oostblok lelijkheid waar ik treurig van word. Veel grijs. Mooi zijn de oude delen van de steden met de traditionele huizen. Mooi is ook sommige moderne architectuur, zoals het station in Kyoto, waar je dagen zou kunnen rondlopen, of de musea in Hakone, die gebouwd zijn om de schilderijen en beelden volledig tot hun recht te laten komen. Mooi zijn ook de parken en de tuinen, die door hun aanleg een gevoel van rust oproepen. Ik snap dat Wouter dit soort plekken graag opzoekt, evenals veel Japanners, want het is er aangenaam vertoeven.

Japan is ook schoon. Het schoonhouden van straten, treinen, trams en toiletten, die je trouwens overal vindt, zodat niemand ooit te lang hoeft te zoeken naar een, gebeurt daar veelvuldig. Als een expresstrein aan het eindstationkomt, stappen de reizigers uit en de schoonmaakploeg gaat naar binnen. De nieuwe reizigers wachten tot het sein komt dat ze naar binnen mogen. Iedereen staat zonder dringen in de rij. Je spullen zijn veilig in Japan. Je kunt je bagage of je tasje gerust op het perron, op de stoel van een terrasje of ergens op het vliegveld laten staan en wat anders gaan doen, als je terug komt staat het er nog. Wij verbazen er ons meerdere malen over.

Het afval wordt meer gescheiden dan bij ons. Allemaal heel positief, maar…naast traditionele Japanse toiletten, gleuven in de vloer gevuld met water, zijn er western style toiletten. De eerste keer dat ik ging zitten, dacht ik nog dat mijn voorgangster wel erg warme billen had, maar het blijkt dat de brillen verwarmd worden. Nog luxer is dat je op een knopje kunt drukken om je billen te laten schoonspoelen en daarna drogen. Soms gaat het geheel gepaard met het geluid van een kabbelend beekje zo gauw je gaat zitten. Sommige toiletten spoelen zelfstandig door, soms is het evenuitzoeken welk systeem dit toilet heeft, want er zijn er meerdere. Het toppunt was een herentoilet in een Ryokan (ja sorry maar ’s nachts moet ik vaak en dan wil ik dichtbij en niet een aantal gangen door) waar ik half slapend binnenstommel, na de toiletslippers aangedaan te hebben. Als ik mij buk om de klep op te tillen, gaat die vanzelf omhoog, nee ik droom niet, om na toiletbezoek ook zelf weer op de bril terug te zakken. Dat is allemaal niet erg energie vriendelijk. De meeste huizen zijn niet geisoleerd, zodat er inde winter, en dan is het bar, veel gestookt moet worden en in de zomer de airco hoog moet.

Wat mij een benauwd gevoel gaf, was hoe dicht sommige flatgebouwen op elkaar stonden. Wouter zou met zijn benen zo van de ene galerie op die van de tegenoverliggende flat kunnen stappen. Industriegebieden zijn vaak ook minder afgebakend dan bij ons en lopen wonen en werken in elkaar over.

Het schoolsysteem is iets wat ik zeker niet aan zou raden. We zien de kinderen van maandag tot en met zondag in schooluniform. Wouter vertelt ons, dat ze alle dagen naar school gaan en vaak ook nog ’s avonds voor bijles. Nu snap ik meteen dat ze zich in hun vrije tijd in hun kleding wil uitdrukken dat ze anders zijn dan de anderen. Ik heb niet het idee, dat het Japanse schoolsyteem effectief is in de zin, dat je slimmere, beter op de toekomst uitgeruste mensen klaarstoomt. Als je daar het hoge aantal zelfdodingen bijtelt…..

Maar al met al was het bezoeken van Japan iets waar we niet over uitgepraat raken en waarvan ik toch ook geleerd heb. Ik hoop het te kunnen bewaren in ons eigen landje dat zo anders is.

Tweede ouderlijke post vanuit Japan

Thursday, May 22nd, 2008

Hoi allemaal,

Even een update uit Japan. Frans is vandaag heel gelukkig. We slapen in een business hotel, dus op echte bedden. Ik moet toegeven, dat ik me heel bewust ben geworden van alle botten die het matras raken. We slapen goed, maar zijn het slapen op de grond niet gewend. Vanavond hebben we ook europees gegeten, wat voornamelijk inhoud zonder stokjes.
Het is even wennen aan drie warme maaltijden per dag, maar ik moet zeggen, dat je er wel langer op functioneert dan op de broodjes die we soms noodgedwongen moeten eten al ontbijt.
Japan is een wonderlijk land. Iedereen heeft wel werk (op een enkele uitzondering na) maar doet soms ook volkomen onnodig werk. De efficientie is soms ver te zoeken.
De mensen zijn erg vriendelijk en behulpzaam, maar soms levert dat situaties op die een glimlach opleveren, zoals een maaltijd voor je neus terwijl je nog bezig bent met het oncijferen van de kaart. Of de wijn die je bestelt komt niet, zoals vanavond en ik krijg zwarte i.p.v. groene thee, want engels is niet echt een taal die hier goed beheerst wordt.
Wij zijn al 2 keer geinterviewd door schoolkinderen die 2 jaar engels hebben gehad en op engelstaligen af worden gestuurd met een vragenlijst. De vragen kunnen ze oplezen, maar bij het antwoorden gaat het mis, tenzij je je beperkt tot 1 woord antwoorden. What do you like about Japanes food? Fish. En op de vraag hoe we heten, kunnen ze niets met mijn naam dan in verwarring naar de leraar kijken, want mijn naam is een plaatsnaam. Daarom wordt de naam van Frans opgeschreven.

Toen we nog in Tokyo waren had ik het idee dat er een korte aardbeving was, maar omdat Frans niets gevoeld had, deden we het af als onzin. Maar Wouter, heerlijk hem weer te zien en als gids te hebben, zegt dat er regelmatig dat soort bevingen zijn, vaak maar een kort moment, of bijv. in de streek waar Raphaelle woont sterkere en vaker. Ook de typhoon is te gast geweest een van de dagen dat we met zijn 3en aan de kunst waren, maar gelukkig bleef hij op onze hoogte op zee, zodat wij alleen wat wind en regen ervan meekregen.
Het was heerlijk om met Wouter op stap te zijn, natuurlijk om bij te praten en te zien dat hij er goed uitziet, al heeft hij nog last van hersenschudding nr 10. Ons tempo gaat van doorgaan we moeten alles zien, naar een heerlijk relaxed tempo. Gelukkig want we komen erachter erachter, dat deze stijl van vakantie houden niet echt bij ons past. Een dag gewoon niksen doen we hier niet. We krijgen voortdurend nieuwe indrukken te verwerken, maar na 10 tempels kunnen we nr 11 wel overslaan en gewoon lekker lang van een waterval genieten en daar wat rondlopen, of heerlijk lopen en klauteren over en op de kliffen van de kust. Het is goed te merken dat Wouter toch beduidend jonger is dan wij, hij loopt en springt soepeler van rots naar rots dan wij en soms moeten wij omkeren omdat wij de plek te eng vinden.
Mensen vinden het leuk dat hij Japans spreekt en wij bestaan dan niet meer. Het is leuk om te zien hoe er op zijn lengte wordt gereageerd. Een mannetje tiky op mijn arm en vraagt: Son 2 mtr hai? Antwoord Yes. Het mannetje gniffelt en gebaard dat het belachelijk is of er komen mensen in de buurt zitten, die hem van top tot teen bekijken vol afkeuring en als ze uitgekeken zijn ergens anders gaan zitten. Volgens Wouter gebeurt dit redelijk vaak.
Frans en ik hebben trouwens ook een Japanse man man gezien van ongeveer die lengte, een soort reus in kabouterland.
Bij bus en treinhaltes is zijn Japans heel makkelijk of bij het lezen van een menu, zodat we ongeveer weten wat we bestellen, want als er geen engels menu is, of een menu met plaatjes en je op goed geluk maar iets moet aanwijzen kan het eten soms wat tegenvallen.
We hebben het dus naar ons zin. Morgenavond gaan we naar Wouters flatje en daarna nog een keer met hem eten om dan weer voor de laatste maanden afschein van hem te nemen.

Als we terug zijn in Alphen komt er nog een laatste verslagje.

Groetjes,
Frans en Ina

First parental report from Japan

Saturday, May 10th, 2008

Wij zijn veilig aangekomen in Tokyo.
Het avontuur begon op schiphol. Ik zie er blijkbaar verdacht uit, want ik word uitgesingled voor een bodysearch. Omdat ik dat hoogst onaangenaam vind, maak ik grapjes, maar artsen hebben meer gevoel voor humor. Deze dame blijft uiterst streng er kan geen lachje af.Ik weet nu de betekenis van het gezegde: je in je kruis getast voelen.
De vlucht verloopt soepeltjes en in Kopenhagen hebben we alle tijd om te lunchen en mensen bekijken. Als we door de douane gaan lach ik vriendelijk naar de man achter het loket, die mij promp, in tegenstelling tot alle andere pasagiers, een zwierige stempel in mijn paspoort geeft.
De vlucht naar Tokyo verloopt goed. Het lukt om overdwars op 2 stoelen een paar uur te slapen. Uitchecken in Tokyo gaat supersnel. Dan begint het leven in Japan. Alles wat we zien aan borden, kunnen we niet lezen, dus we staan lichtelijk dom te kijken naar de borden. Een vriendelijke Japanner(Andy) komt naar ons toe en legt ons, perfect Engels sprekend, uit waar we naar toe moeten. Maar wij blijven verbijsterd kijken bij de kaartjesautomaat en uiteindelijk gaat hij gewoon met ons mee tot in het hotel. Waar wij dachten zie je wel ze spreken gewoon Engels, dit wordt een makkie, blijkt de man over te zijn uit Manhatten, waar hij al 15 jaar woont en werkt. voor de begrafenis van zijn moeder. In het hotel krijgen we zijn tel.nr. zodat we hem (nog drie dagen) kunnen bellen als we in de problemen komen. Aardige man.
We checken in via Andy en gaan naar onze kamer, waar de kimono klaar ligt, alles aanwezig is om koffie en thee te zetten en in de badkamer alles om een ontspannend bad te nemen.Dit doen wij niet. Om onze jetlag te bestrijden wagen wij ons op straat en de metro in. We beginnen met een lunch, wat neerkomt op het aanwijzen van een plaatje en hopen dat het eetbaar is. Mijn maaltijd is prima, Frans vindt de zijne minder. Het is wel goed voormijn lijn, want ik wil natuurlijk met stokjes eten en dat gaat heeeeeel langzaam.
Het lukt ons om bij de Keizerlijke tuinen te komen en bij het museum voor moderne kunst, waar we elke keer in de verkerde rij blijken te staan.
Wij zijn er ondertussen achter, dat ook de jonge mensen geen Engels verstaan of spreken en voortdurend aan collegaas vragen of die het begrijpen. Uiteindelijk is gewoon buigen de beste optie om de verlegenheid te doorbreken en handen en voeten te gebruiken.
Op terugweg gaan we naar een warenhuis van 10 verdiepingen, want daar moet je geweest zijn volgens het boekje. Nu de Bijenkorf is er niets bij. Wij werken ons een weg naar de bovenste verdieping, genietend van de Japanse manier van display. Het is allemaal heel netjes en prettig ogend uitgestald en je hoeft alleen maar even te kijken of je wordt al uitgenodigd om dichter bij te komen (zo vertaal ik het onverstaanbare Japans)
Op de bovenste verdieping zijn restaurantjes enomdat het etenstijd is, lopen we ze allemaal langs om te kjiken wie de lekkerste plaatjes heeft en kiezen er een uit. Wij worden vriendelijk naar onze tafel gebracht en krijgen meteen een glas koud water, wa trouwens tijdens de maaltijd voortdurend wordt bijgeschonken. Op goed geluk kiezen we een gerecht. Ik blijk een menu gekozen te hebben, maar voor 8 euro is dat geen punt. Ik krijg een kopje soep, heerlijk. Daarna krijgt Frans een soort wokpan met vlees en rijst en ik krijg een bord met daarop 4 schaaltjes met verschillende gerechten. We hebben trouwens westers bestek gekregen. Ik heb vlees in sojasaus, gegratineerde rijst met iets erin, sla en iets wat lijkt op 2 aardappelkroketjes. Als ik klaar ben krijg ik een soort puddinkje. Het smaakt goed.
Dan gaan we naar buiten, het is half zeven en donker, wat evenheel verwarrend is. Dit gedeelte van Tokyo lijkt wel op Manhatten. Veel lichtjes en een drukte van jewelste. We zoeken de metro weer op en rijden dit keer een paar keer fout en komen uiteindelijk iets over 8 op onxe kamers, waar we besluiten om te gaan slapen.
Vanmorgen, na een verkwikkende douche, gaan we naar de ontbijtzaal. Dit is een aangename ervaring. Er kabbelt een beekje door de eetzalen (op de eerste verdieping) er is een kleine tuin aangelegd in de ruimte waar wij eten en er klinkt zachte Japanse muziek, die uitnodigt om te mediteren. Het is een westers ontbijt met brood, boter en jam, thee en koffie, tomatensap of sinasappelsap.
En nu gaan we Tokyo weer in.